We vertrekken vanaf Levi naar Saariselka. Onderweg weer veel mooie uitzichten op besneeuwde landschappen en besneeuwde bomen.
We maken nog een stop bij een oud kerkje uit 1670. Een
houten kerk die je helaas niet van binnen mag zien. Het kerkje staat op een
groot kerkhof met aan de andere kant nóg een kerk, dit keer een moderne kerk.
Ook deze kunnen we niet naar binnen, ditmaal omdat er een uitvaart aan de gang
is. Je vraagt je af hoe ze dat in de winter doen, als de grond koud en diep
bevroren is en er een dik pak sneeuw op ligt. Het blijkt dat ze in de zomer al
diverse gaten in de grond graven, daar planken bovenop leggen. Als er dan een
uitvaart komt, hoeven alleen de planken maar weg gehaald te worden.
Er hangen enorme ijspegels aan de dakgoot van de kerk, een mooi gezicht in het zonnetje.
Er hangen enorme ijspegels aan de dakgoot van de kerk, een mooi gezicht in het zonnetje.
Vervolgens rijden we verder, naar een gouddelversplaatsje.
Hier staat een lunch op ons te wachten en bezoeken we het museum.
Het dorp is kunstmatig aangelegd. De gouddelvers zagen hun inkomsten wat slinken en handelaren als ze waren, bedachten ze dat ze geld konden verdienen aan toerisme. En dus moesten er wat huisjes zoals die honderd jaar geleden gebouwd waren iets verderop, verplaatst worden naar een plek in de buurt van de doorgaande weg. Op die manier konden de gouddelvers hun inkomsten een stuk opkrikken. Kortom; het ‘dorpje’ wat hier staat, is niet meer dan een museum en een toeristenval.
Het ‘dorpje’ lag er wel mooi bij in de dikke laag sneeuw. Het leverde mooie plaatjes op. Op zoek naar goud konden we niet, dat kan alleen in de zomer.
Het dorp is kunstmatig aangelegd. De gouddelvers zagen hun inkomsten wat slinken en handelaren als ze waren, bedachten ze dat ze geld konden verdienen aan toerisme. En dus moesten er wat huisjes zoals die honderd jaar geleden gebouwd waren iets verderop, verplaatst worden naar een plek in de buurt van de doorgaande weg. Op die manier konden de gouddelvers hun inkomsten een stuk opkrikken. Kortom; het ‘dorpje’ wat hier staat, is niet meer dan een museum en een toeristenval.
Het ‘dorpje’ lag er wel mooi bij in de dikke laag sneeuw. Het leverde mooie plaatjes op. Op zoek naar goud konden we niet, dat kan alleen in de zomer.
We gingen weer verder en arriveerden aan het eind van de
middag bij ons hotel in Saariselka. Ook dit is weer een wintersportdorp, maar dit keer zitten we niet zo dichtbij de
piste.
Na het eten, waarin we alvast afscheid namen van onze
chauffeuse Victoria, was het tijd voor de laatste excursie. Met een slee achter
de rendieren op zoek naar het noorderlicht. Helaas was het dichtbewolkt en zou
het gaan sneeuwen, dus de kansen op noorderlicht waren vanavond nihil.
Ook dit keer eerst weer een thermo-overall, dikke sokken en
laarzen aan. Vervolgens een kort ritje naar de rendierfarm. Daar stonden de
rendieren met hun slee al klaar. Per rendier, één slee met plaats voor twee
personen. We hoefden niets zelf te sturen; de rendieren zaten met een touw vast
aan de slee van de voorganger en het voorste rendier werd al wandelend
begeleidt door een Sami die ernaast liep. We zouden dus zeker niet hard gaan.
Ik zat in de achterste slee en had dus een heel rijtje voor me. In het donker zag je vooral de silhoutten van de anderen. Bij de voorste slee leek het net of die getrokken werd door de begeleidende Sami; het volledige witte rendier viel volkomen weg tegen de sneeuw. Een grappig gezicht.
We zaten zo’n drie kwartier in de slee, langzaam door het landschap glijdend. Inmiddels begon het te sneeuwen en werd de deken waar we onder zaten langzaam wit.
Ik zat in de achterste slee en had dus een heel rijtje voor me. In het donker zag je vooral de silhoutten van de anderen. Bij de voorste slee leek het net of die getrokken werd door de begeleidende Sami; het volledige witte rendier viel volkomen weg tegen de sneeuw. Een grappig gezicht.
We zaten zo’n drie kwartier in de slee, langzaam door het landschap glijdend. Inmiddels begon het te sneeuwen en werd de deken waar we onder zaten langzaam wit.
Nadat we weer terug waren, wachtte ons weer warme bessensap
bij het kampvuur in een tipi. Daarna nog een korte rondleiding door het
Sami-dorp wat daar geplaatst was. Dit liet zien hoe de Sami’s zo’n 150 jaar
geleden nog leefden toen het nog een nomadisch volk was. Tegenwoordig wonen ook
zij gewoon in huizen.
Weer omkleden en terug naar ons hotel. Hiermee is een einde
gekomen aan een prachtige week. Morgen vliegen we weer terug naar Nederland.
Tot de
volgende reis!!!



Geen opmerkingen:
Een reactie posten