Pagina's

23 augustus 2021

Dag 12; Mývatn - Hallormsstadur

Watervallen en nog eens watervallen

Eindelijk hebben we regen gehad, het weer wat ons voor IJsland beloofd was. Om vier uur regende het, tien minuten, en ja, dat was om vier uur 's nachts. Vanmorgen was het weer prima weer en de hele dag is het zo rond de 20 graden geweest zelfs. 

We zijn vanmorgen gestart bij de Dettifoss en de Selfoss. Deze watervallen liggen niet ver van elkaar vandaan in een kloof. Je kunt ze zowel van de oost- als van de westkant bekijken, maar je moet vooraf wel de keuze maken. Om van de een naar de andere kant te komen, moet je nog ruim een uur rijden. Wij hadden ervoor gekozen om de watervallen vanaf de westzijde te bekijken. Een prima asfaltweg door een desolaat landschap; volkomen verlaten. Aan het eind alleen maar rotsen en zwart zand om ons heen. Tussen die rotsen en dat zwarte zand lopen we van de auto eerst naar de Selfoss. Met donderend geraas komt dit naar beneden. Wat meteen opvalt is de kleur van het water. Waar andere watervallen mooi helder water hebben, is dit water grauw en bruin, vol van modder en stenen. Mooi zijn wel de enorme basaltzuilen eromheen. 




Een kilometer stroomafwaarts ligt vervolgens de Dettifos. Ook nu weer over rotsen en zwart zand, maar uiteindelijk is het een prachtig gezicht! Een enorm geweld aan water. Het schijnt de krachtigste waterval van Europa te zijn met de meeste waterverplaatsing. Het is in ieder geval heel indrukwekkend om te zien!





Zie je op de foto's de mensen naast de waterval staan? Zowel aan deze kant als aan de overkant. Het laat in perspectief zien hoe groot het allemaal is. 
Bij de parkeerplaats zijn picknickbanken waar we nog even een kop koffie nemen. Het blijkt een van de laatste plekken te zijn waar dat kan. We rijden verder, terug naar de ringweg. De ringweg gaat vandaag door het hoogland gebergte. Een weg waar helemaal niks is, geen parkeerplaatsen, geen uitzichtpunten, geen dingen te zien of te doen. Op zich is het wel mooi, maar ook een beetje saai en érg lang rijden zonder iets tegen te komen.
Met onze benzinetank zouden we in principe net tot ons eindpunt kunnen komen, maar we besluiten zo snel mogelijk toch te tanken, je weet tenslotte nooit. Uiteindelijk een tankstation gevonden, dat wil zeggen, een onbemande pomp. Helaas bleek deze niet te werken, wat we ook probeerden. De volgende pomp was bijna 50km verder. Gelukkig konden we dat halen, maar het liet wel zien dat je toch beter vaker kunt tanken. 
Niet ver van de niet-werkende pomp lag nog een waterval; Rjúkandafoss. We zijn toch maar even naar boven gelopen om deze waterval te bekijken. Wat mooi is, is dat overal de heide langs het pad in bloei staat. 



We rijden een stuk verder en na zo'n 50 kilometer komen we in bewoond gebied, in Egilsstadir. Aan het begin van de stad kunnen we tanken en we rijden meteen door. We komen langs een groot meer, Lagarflót, waar net als in Loch Ness een monster in zou schuilen.


Langs dit meer liggen nog twee watervallen. De Litlanesfoss en de Hengifoss. We zijn van plan om ze allebei te bezoeken; de laatste ligt achter de eerste. We kunnen van veraf al zien dat het pad erheen steil, heel steil omhoog gaat en dat er maar heel weinig water door Hengifoss loopt. Aangezien we de afgelopen dagen met onze volledig ongetrainde benen al flink wat hoogtemeters hebben afgelegd, zijn onze benen aardig moe en snel verzuurd. Het is een zware tocht omhoog en uiterst irritant dat sommige mensen je voorbij lopen alsof het een zondagswandeling is. Uiteindelijk komen we alleen tot de eerste waterval, de Litlanesfoss. We besluiten dat deze mooi genoeg is en gaan niet verder. We blijven daar gewoon even zitten genieten van het uitzicht voor we weer naar beneden gaan. Het is wel prettig om te zien dat veel mensen het erg zwaar hebben bij het naar boven lopen, mogelijk nog een stuk zwaarder dan wij. Dat geeft ons toch een beetje moed en een beetje trots dat we het in ieder geval tot de eerste waterval gered hebben. Later horen we van andere reizigers die we al een paar keer zijn tegen gekomen, dat de bovenste waterval bijna droog stond. We hadden het dus goed gezien en zijn blij dat we niet tot daar gelopen zijn.



We rijden nog een klein stukje door om thee te gaan drinken bij Skriduklaustur. Op deze plek komen we andere reizigers tegen en genieten we samen van een heerlijke high-tea met allerlei ontzettende lekkere stukjes gebak. Het gebouw ziet er ook van de buitenkant mooi uit.



Het is nog een heel klein stukje rijden naar ons hotel aan de oostkant van het meer. Het ligt in het grootste bos van IJsland, bijzonder om ook dat te zien naast alle kale vlaktes die we al hebben gehad. 
Nog even lekker uitpuffen in de hot tub en dan is deze dag ook weer voorbij. 










Geen opmerkingen:

Een reactie posten