Pagina's

27 augustus 2021

Dag 16; Kirkjubaejarklaustur - Selfoss

 Papegaaiduikers en niet-vliegende meeuwen

Ook vandaag begon weer als een grijze dag. Gelukkig geen mist, dus ondanks de zware wolken hadden we nog een klein beetje uitzicht om ons heen. Het eerste deel van de rit ging langs het hele gebied waar we gister waren geweest. Nu konden we er snel voorbij, aangezien we voldoende te doen hadden in de omgeving van Vík.  

We waren al gewaarschuwd dat er veel vogels op de weg zouden zitten bij Vík. Het lijken meeuwen, maar zijn niet helemaal hetzelfde. Deze vogels broeden in kliffen vlakbij de zee en in augustus en september vliegen de jonge kuikens naar zee. Ze zien er wel al volwassen uit, maar zijn dat nog niet. Hun veren zijn nog niet volledig ontwikkeld. Daarom landen ze meestal in rivieren die hun verder naar de zee dragen. Helaas verwarren ze de wegen nogal eens met rivieren en daarom zitten er veel vogels op de wegen. En deze vogels kunnen niet vliegen of weggaan als er auto's komen. Het leek dan ook wel een begraafplaats de weg naar Vik, vol met dode vogels, heel zielig. 

Eenmaal in Vík aangekomen, gingen we naar het zwarte strand. Een strand wat volledig bestaat uit klein vulkanisch gesteente. Zo klein dat het net zand lijkt. Ook op dit strand zaten diverse van deze vogels. Je kon heel dichtbij ze komen. Jaap dacht ze te kunnen leren vliegen.



Het strand op zich is mooi, maar vooral het uitzicht op de rotsen in de buurt is iconisch. Ik ben hier nu voor de derde keer en elke keer waait het ook enorm. Ook nu weer waait het hard. Geregeld regent het ook en dat is duidelijk te zien aan de lucht. Het uitzicht is dan ook wat vaag.



We gaan naar de andere kant van de berg, naar de andere kant van de rotsen. We gaan naar een ander zwart strand, Reynisfjara. Hier liggen vooral heel veel zwarte steentjes. De zee is enorm woest en er wordt aan alle kanten voor gewaarschuwd met grote borden. Dit kan niet voorkomen dat veel mensen op het strand alsnog verrast worden door de golven en plotseling tot hun enkels of kuiten in het water staan. Gelukkig is dit ons niet overkomen. 
Op dit strand zijn enorme basaltzuilen te zien en zelfs een soort grot van basalt. Hier niet alleen zuilen, maar ook een plafond van basalt en een soort dunne platen.






En waar we nog blijer van werden, was het feit dat er papegaaiduikers zaten!! Er zaten er honderden in zee, maar er bleken er ook nog een stel op de rotsen te zitten! Dit was waar we de hele vakantie al naar op zoek zijn geweest, papegaaiduikers die je op de rotsen kunt zien. En ja, ze zaten hoog en je kon er niet echt in de buurt komen, maar ze waren er dan maar mooi!! Het waaide echt ontzettend hard, dus het was enorm moeilijk om de camera's stil te houden, of om zelf überhaupt stil te kunnen staan, waardoor het een uitdaging was om ze op de foto te krijgen. Maar dat is uiteindelijk toch best redelijk gelukt.








Ook de papegaaiduikers zijn niet de beste vliegers. Althans, het ziet er enorm fladderig uit als ze vliegen, maar ze vliegen in de wintermaanden dan toch maar mooi richting Middellandse Zee. Dan hebben ze overigens hun kleur in hun snavel helemaal verloren. Maar voor het zover is, moeten ook hiervan de kuikens eerst de weg leren. Op de Westman eilanden die vlakbij Vik liggen, rapen de kinderen jaarlijks rond deze tijd de gewonde of verdwaalde papegaaiduikerskuikens op. Die moeten voor het eerst gaan vliegen en vliegen op de lichten van het dorp daar af, waardoor ze op het eiland storten. De kinderen verzorgen de kuikens, wegen ze en laten ze dan weer vrij. 

Vanaf deze plek konden we ook op een andere rotspartij kijken en nadat we vanaf dit strand foto's hadden gemaakt, zijn we naar die rotsen gereden. Ook daar zouden papegaaiduikers moeten zitten, maar die lagen allemaal al in het water en waren niet meer op de rotsen te vinden. De rotsen zelf met de enorm beukende zee waren wel mooi om te zien.






We gingen weer terug naar het plaatsje Vik. We hadden gereserveerd bij het Icelandic Lava Show. Hier laten ze je echte gloeiende lava zien, wat ze zelf maken. Het hele strand bij Vik is zwart, dat is eigenlijk uit elkaar gebarsten lava. Daarbij hebben ze basaltblokken, wat gestolde lava is. Deze zijn makkelijk te verkrijgen en kunnen ze dus smelten tot vloeibare lava. Ze vertelden een heel verhaal over vulkanen enzo, lieten een filmpje zien en uiteindelijk stroomde de lava dus binnen. Met een ijzeren staaf liet hij zien hoe het op verschillende manieren stroomde, hoe water (hij gooide er een blok ijs op) effect had op de lava, daardoor ontstaat een tunnel, en zo nog een paar dingen. Als het op een bepaalde manier stolt, wordt het obsidiaan (als ik het goed heb onthouden) en dat lijkt een beetje op glas. Daarvan kregen we allemaal een stukje mee. Het was al met al echt heel erg interessant (en heel warm) en zeker met het oog op de huidige vulkaan die zo actief is.



Buiten was het inmiddels gedaan met het gemiezer, het was overgegaan in flinke harde regen. Het waaide enorm en het kwam echt met bakken naar beneden. En we hadden in de middag eigenlijk alleen maar watervallen op het programma staan. We zouden naar de Kvernufoss gaan, welke vlakbij de Skógafoss ligt. Gezien de enorme regen hebben we de eerste overgeslagen. Wel zijn we naar de Skógafoss gegaan. Meteen was te zien wat een enorme hoeveelheid water er naar beneden kwam. Deze waterval heb ik twee keer eerder bezocht, beide keren in de winter. Je kon toen op je gemak naast het stroompje lopen en tot vlakbij de waterval komen. Nu is het stroompje een behoorlijk breed water geworden en zo breed, dat je niet meer dichtbij de waterval kunt komen. En je wordt ontzettend nat, niet alleen van de regen, ook van al het opspattend water. Binnen tien minuten zijn we volledig doorweekt. 



We gaan de auto weer in, op weg naar de volgende waterval. Jaap heeft er al niet zo'n zin meer in, gezien het weer. We gaan toch kijken. Het doel was de Seljalandsfoss en de iets verder gelegen Gljufrabui, welke in een grot ligt. De Seljalandsfoss is een grote waterval waar je achterlangs kunt lopen. Aangezien je al zeiknat wordt van alleen al buiten zijn en Jaap er steeds chagrijniger van wordt, en gezien het feit dat we mensen in de modder zien glibberen achter de waterval, zijn wij er vooral voor blijven staan. Jaap er vér voor, ik ben wel iets dichterbij gaan kijken, en nóg natter geworden. Voor de andere waterval was de zin inmiddels ver te zoeken, dus die hebben we laten schieten.




Als laatste vertrekken we naar de Urrídafoss, een waterval die niet ver van ons hotel ligt. Eindelijk begint het weer een klein beetje op te klaren. Het wordt wat lichter in de lucht, al blijft het wel heel hard waaien. Met al onze natte kleren gaan we toch kijken bij deze laatste waterval. Deze ligt niet heel ver van de oceaan vandaan en is bekend om z'n vissen. Zalmen en forellen schijnen hier geregeld omhoog te zwemmen. We zien ze niet. 


Eenmaal op weg naar het hotel lijkt het zonnetje er zelfs wel weer even door te komen. We hopen dat we morgen iets beter weer hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten