Vanmorgen bij het opstaan waaide het nog steeds. Het blijkt ’s nachts zelfs windkracht 8 geweest te zijn. Dit betekent ook dat er veel golven zijn en dat het zeer moeilijk is om een landing te maken. Dit betekent dat we doorvaren. Het idee is om naar Kapp Lee te varen, dat is de plek waar de Nederlandse expeditie is geweest en onderzoek heeft gedaan. Ook hier kunnen we niet aan land. Er ligt een onderzoeksschip en de wetenschappers zijn wel aan land gegaan. Er is echter nog steeds teveel wind en teveel golven, waardoor het voor ons niet gaat.
We varen door, langs de Freemansundet; een doorgang tussen Edgeøya en Barentsøya. Hier waait het erg hard én er hangt heel veel mist. We varen verder naar het noorden en het doel is om het Storfjorden weer over te steken naar de oostkant van Spitsbergen in de hoop dat het daar rustiger is. We varen de hele dag en halverwege de middag komen we aan bij Negribreen; een enorme gletsjer van wel 20 kilometer breed. Zodra we die naderen, kalmeert de zee en lijkt de wind verdwenen. Ondertussen is het wel behoorlijk gaan regenen. In de regen staan we met z’n allen aan dek, ons te verwonderen aan het zicht van de enorme gletsjer voor ons. Langzamerhand komen er vele ijsschotsen voorbij drijven, de een nog mooier en groter dan de ander. Heel langzaam vaart het schip tot vlakbij de gletsjer. Enorme stukken van honderden meters zijn hier afgebroken, zo groot als hele huizenblokken. Het is heel indrukwekkend om te zien!
We kunnen hier uiteraard niet aan land. In plaats daarvan gaan we in twee groepen met twee zodiacs aan land. Wij gaan in de tweede groep. We zien de eerste twee bootjes langzaam dicht naar de gletsjer varen. Ondertussen warmen wij ons nog aan een kop thee met heerlijk bananenbrood. Uiteindelijk zijn ook wij aan de beurt. Volledig in regenkleding en de camera’s in een hoes. Dat laatste blijkt nauwelijks te werken en ik besluit dan ook al snel om helemaal geen foto’s te maken, alleen te genieten van het enorme schouwspel om ons heen. M'n camera doet het uiteindelijk ook niet meer, die moet later eerst weer drogen. Ik vind het ook wel spannend om tussen die enorme ijsschotsen te varen, het is zo groots en zo immens! De voorkant van de gletsjer krijgen we nooit te zien. Het lijkt wel zo, maar het blijken allemaal enorme afgebroken platen te zijn, tientallen meters hoog en van enorme omvang.
We zien ineens een enorm brok ijs, zo groot als een huis, in tweeën breken. Dit gaat gepaard met een hoop geraas en het herstellen van het drijfvermogen van de ijsschotsen. Niet ver daarvandaan zien we een baardrob opduiken. Deze zeehondensoort duikt een aantal keer op rondom onze boot, hij lijkt wel heel nieuwsgierig, heel grappig om te zien. We zien ivoormeeuwen op het ijs en in de vlucht. Eentje vangt een vis, maar laat zich die afpakken door een ander soort vogel, een ‘jager’. Wanneer we weer terug richting het schip varen, zien we nog een zeehond, een gewone zeehond.
Al die tijd is het behoorlijk blijven regenen en onze handschoenen zijn allemaal drijfnat, die kun je letterlijk uitwringen. Alle regenkleding die we aan hadden bleek uiteindelijk ook niet meer bestand tegen de enorme hoeveelheid water die er viel. Alles is nat. .Eenmaal aan boord dus snel alles wat nat en koud is uit, bij de verwarming gehangen en zelf onder een warme douche gaan staan. Opgewarmd en droog kan ik meteen aanschuiven bij het avondeten. Het was weer een bijzondere dag!
Rond een uur of elf, ik lig al in bed, komt Jaap naar de
hut; er zijn ijsberen gezien! En aangezien de zon nog steeds niet ondergaat, is het gewoon nog licht buiten. Dus ik eruit, me snel aangekleed en met camera
naar buiten. Uiteraard waren de beren allang verdwenen en het schip was
doorgevaren. Het schip vaart ondertussen aan het begin van Heley Sundet; de
doorgang tussen Spitsbergen en Barentsøya. Hier zouden we pas morgenochtend
doorheen, wegens het tij.
Het tij tussen de diverse wateren aan weerzijden van Barentsøya
is verschillend van timing en ondertussen wordt al het water door de zeer nauwe
doorgang gestuwd met een enorme stroming als gevolg. Dit is precies wat we nu
zien, een enorme stroming waar het schip tegenin probeert te varen. Het idee
was om deze nauwe doorgang juist tijdens doodtij door te gaan, morgenochtend.
Nu is op sommige plekken de stroming zo sterk, dat het schip zelfs achteruit
gaat, op andere plekken lijkt het stil te liggen, terwijl de motor op volle kracht
vooruit gaat. Uiteindelijk bereiken we Noorderlicht baai, wat halverwege Heley
Sundet ligt. Een smalle baai waar het water rustig is en we rond middernacht
voor anker gaan.










Geen opmerkingen:
Een reactie posten