Wanneer we opstaan is het weer goed weer. De Hornsund wordt een beetje in tweeën gedeeld door een soort ‘drempel’, een stuk land, rots wat daar ligt. Dit is achter gelaten door de gletsjers die honderd jaar geleden nog tot aan deze drempel kwam. Inmiddels zijn de gletsjers ver, ver weg terug getrokken. Op deze drempel gaan we aan land. Het weer begint helemaal op te klaren en we kunnen zelfs de pieken van de bergen om ons heen zien. De hoogste berg hier is de Hornsundtind met 1429meter. De top hiervan is vrijwel nooit te zien, die ligt eigenlijk altijd in de wolken. Ook onze gids heeft deze in de afgelopen tien jaar nog niet gezien. Maar nu is het helder en is de top goed te zien. Een prachtig gezicht.
We gaan aan land op de ‘drempel’ en hier verdelen we ons
weer in twee groepen. Wij gaan weer met de langzame, korte groep mee, geleid door Stein, die al sinds begin jaren zestig op Spitsbergen woont. We zijn nog
niet lang onderweg toen iemand uit de groep viel. Het was erg schrikken, maar
op een lichte kwetsuur aan de pink na, lijkt het mee te vallen. We kunnen in
ieder geval doorlopen. Het is een wat ruig terrein om te lopen. Er zijn
natuurlijk geen paden die je kunt lopen, dus het is over de rotsen en stenen en
modder heen je weg zien te vinden. Overal zijn kleine plantjes te vinden,
sommige staan in bloei. Verrassend is dat er ook veel schelpen en zelfs stukjes
koraal te vinden waren. De schelpen komen waarschijnlijk van vogels die ze
laten vallen. Ook vinden we zelfs fossielen van schelpen in een steen.
Uiteraard nemen we niks mee, maar maken er wel foto’s van. Er zitten een paar
vogels die ons weg proberen te jagen en geregeld om ons heen vliegen.
Het is echt heerlijk weer, dus aan boord kan ik nog even met
een kop koffie genieten van het uizicht op de Hornsundtind. We varen langzaam
het fjord weer uit, terwijl we ondertussen weer genieten van een heerlijke
lunch. Aangezien er storm op komst is op dinsdag, zullen we nu de rest van de
dag, de nacht en waarschijnlijk de ochtend, verder varen. Doel is om rond de
zuidkaap te zijn en richting Edgeøya te varen, het grote eiland waar een
paar weken geleden de nederlandse onderzoekers zijn geweest.
Na de lunch gaat iedereen weer aan boord zitten, genietend
van het mooie weer. Ondertussen is er wel een behoorlijke golfslag gekomen,
waardoor ik langzamerhand wat last begin te krijgen. Buiten blijven zitten en
afleiding helpen wel. Afleiding onder meer in de vorm van een papegaaiduiker
die steeds maar rondjes rondom de boot vliegt, waardoor het redelijk lukt om
die op de foto te zetten.
Aangezien iedereen aan dek zit, wordt het middagpraatje in
de salon uitgesteld. In plaats daarvan kunnen we Sarah en Stein allerlei vragen
stellen. Ze vertellen daarmee veel over Spitsbergen en het leven hier.
Ondertussen voel ik me toch beroerder worden en ik neem een
tabletje tegen reisziekte. Heel in de verte zien we een enorme groep walvissen.
Dat wil zeggen dat we het uitblazen zien, vele tientallen fonteinen naast
elkaar, het moet een enorme groep walvissen zijn. Ze zijn wel heel ver weg, dus
echt zien doen we ze niet.
Ondertussen is het weer tijd voor het diner; pompoensoep,
kippenpoten, risotto en broccoli, met als toetje appel met kaneel en iets van
suikergoed uit de oven. Ik eet alleen
een beetje soep en een stukje appel, waarna ik naar bed ga met een spuugzakje
naast me.
Jaap heeft nog meegekregen dat we rond de zuidkaap kwamen en
heeft mooie foto’s van de laagstaande zon met de fonteinen van spuitende
walvissen in de verte.






Weer een leuk verhaal. Ben benieuwd naar de volgende dag
BeantwoordenVerwijderen