Toen we vanmorgen opstonden, was de wereld grijs en grauw. Veel en laaghangende bewolking zorgden ervoor dat we geen uitzicht hebben. Inmiddels zijn we er een beetje aan gewend dat een dag zo begint, maar zo niet blijft. En dat bleek vandaag ook weer. Hoewel we in het begin nog even door de wolken reden, begon het zonnetje door te breken toen we bij het Sheepfarm Museum kwamen. Aangezien we erg vroeg waren, was het nog niet open. Wel kon je in de 'tuin' wandelen, waar een kunstenaar een paar beelden had neergezet. En vanaf dat plekje konden we de zeehonden in het zonnetje zien liggen. Zo grappig hoe die steeds in een soort van 'komma' liggen. Zodra we een 'komma' op het water zien, weten we dat het een zeehond is.
De weg slingerde zich weer langs de diverse fjorden. Afwisselend asfaltweg of gravelweg. De logica ontgaat ons waarom het ene deel wel en het andere deel niet geasfalteerd is. We komen vrijwel geen ander verkeer tegen, het is hier weer erg stil. Uiteindelijk komt de weg uit op de grote rondweg van IJsland, weg nummer 1. Zoals verwacht is het hier een heel stuk drukker; de weg is een stuk breder en geasfalteerd en iedereen rijdt zowat deze nr 1 weg. Niet lang daarna slaan we af, een zijweg in, weer een gravelweg. Het landschap is hier een beetje saai, dus we weten niet goed wat we kunnen verwachten van het ingegeven punt. We gaan naar Kolugljúfur, een kloof waar een waterval doorheen gaat. We zien deze pas als we al heel dichtbij zijn. Met donderend geraas komt het naar beneden.
Het is een prima plek om in het zonnetje koffie te drinken. Nadat we uitgebreid hebben genoten van dit onverwacht mooie plekje, gingen we weer verder. De volgende stop was het Vidimýrarkirkja, een heel oud turfkerkje. We werden erg onvriendelijk ontvangen door degene die daar werkte en ons op luide toon vertelden dat we moesten betalen vanaf het hekje. Aangezien ik het wel wilde zien, hebben we dat toch gedaan, tot grote ergernis van Jaap.
Al mopperend reed Jaap door naar onze volgende stop, een stop die ons was aangeraden door m'n zus. Het was museumboerderij Glaumbaer, een oude turfboerderij. Gelukkig waren ze hier aan de kassa heel erg aardig en bleken we een lagere prijs te hoeven betalen omdat het in combinatie met het turfkerkje werd aangeboden. Dat had de vervelende gast bij het kerkje niet verteld.
De boerderij was mooi om te zien en je kon ook overal naar binnen. Het was heel bijzonder om zo in een boerderij gebouwd van graszoden te lopen, alleen aan de voorkant was een houten gevel. Het was koel, maar ook ruim van binnen. Kortom, de moeite waard om een kijkje te gaan nemen.
Nadat we heerlijk thee met gebak hadden genomen daar, reden we weer verder. Niet ver daar vandaan was een waterval waar we ook op aanraden van mijn zus heen gingen, Reykjafoss. Het leuke is dat het niet alleen een hele mooie waterval is, maar dat bovenaan bij de waterval er een hotpot is. Hier kun je heerlijk in badderen, vlak naast de rivier. Om af te koelen kun je dus af en toe even de rivier in en dan weer terug in het warme water. Het was heerlijk om daar even lekker te ontspannen!
Het was de laatste stop van een lange reisdag. Vanaf hier ging het rechtstreeks door naar ons hotel in Akureyri. Het is de tweede grote stad in IJsland, met ongeveer 18000 inwoners. En voor het eerst sinds meer dan een week zagen we weer stoplichten. Grappig detail is dat het bovenste rode licht in de vorm van een hartje is. En ook de grote kerk kun je zien door een hartje. Het is een stadje met een klein, maar bruisend centrum waar we lekker hebben gegeten.




Wij zijn ook bij dat kerkje geweest!😁
BeantwoordenVerwijderenDat dacht ik wel! Het was wel mooi!
BeantwoordenVerwijderen